| Acetylcholine: |
Neurotransmitter die ondermeer noodzakelijk is voor de werking van spieren en het geheugen. Wanneer deze in overmaat in de hersenen aanwezig is (of niet voldoende door dopamine wordt tegengewerkt) treden verschijnselen op zoals bij de ziekte van Parkinson. |
| Akinesie: |
Letterlijk: bewegingsarmoede. Ziekteverschijnsel waarbij de betrokkene niet of slechts met moeite in staat is bewegingen uit te voeren, zonder dat daarbij sprake is van spierzwakte. Akinesie is een kenmerkend verschijnsel bij de ziekte van Parkinson. |
| Bradykinesie: |
traag bewegen |
| DBS: |
Deep Brain Stimulation. Hersenoperatie die zowel enkel- als dubbelzijdig kan worden uitgevoerd. Er worden kleine elektrodes in de STN geplaatst. Deze elektrodes worden via de schedel en de nek door middel van onderhuids aangebrachte elektrische draden verbonden met twee stimulators (soort pacemakers), die onder het sleutelbeen worden geďmplanteerd. De stimulators sturen continu een klein elektrisch stroompje door de STN waardoor de hersenactiviteit wordt afgeremd (het woord ‘stimulatie’ is daarom verwarrend). |
| Dopamine: |
neurotransmitter ofwel boodschapperstof die ervoor zorgt dat zenuwcellen met elkaar communiceren |
| Dopamine-agonisten: |
bootsen de activiteit van dopamine na in plaats van ze te vervangen zoals levodopa doet |
| Dyskinesie: |
onbedoelde bewegingen |
| Dystonie: |
het samentrekken van de spieren zonder dat er controle is |
| End-of-dose akinesie: |
Verstijving van de spieren als gevolg van het uitgewerkt zijn van de laatste dosis medicijnen bij de behandeling van de ziekte van Parkinson |
| Freezing (bevriezen): |
het tijdelijk niet kunnen bewegen. Het duurt meestal niet lang (paar seconden) en gaat weer over |
| Idiopatisch: |
met onbekende oorzaak |
| Levodopa (L-dopa): |
stof die in de hersenen wordt opgenomen en daar wordt omgezet in dopamine. Dopamine wordt niet door de hersenen opgenomen. |
| Maskergelaat: |
Strakke gelaatstrekken tengevolge van verhoogde spanning van de gelaatsspieren, ondermeer als symptoom bij de ziekte van Parkinson of als bijwerking van bepaalde medicijnen. |
| Micrografie: |
kleinheid van handschrift |
| MRI (Magnetic Resonance Imaging): |
Naast PET een belangrijke technologie om de hersenen zonder snijden in plakjes te laten zien. Voordeel van MRI is dat er geen radioactiviteit bij vrijkomt. |
| On-toestand: |
de symptomen zijn goed onder controle |
| Off-toestand: |
de medicatie is wel ingenomen maar de werking is niet goed en de symptomen keren terug |
| ‘On-off’-fenomeen: |
plotselinge, soms onvoorspelbare veranderingen in de symptomen. De plotselinge schommelingen hebben geen duidelijk verband met de inname van de medicijnen. |
| Orthostatische hypotensie: |
de bloeddruk gaat naar beneden als gevolg van een snelle verandering van lichaamshouding. Symptomen: duizeligheid, zwart voor de ogen, flauwvallen, hartkloppingen en hoofdpijn. |
| PET (Positron Emitting Tomography): |
Een moderne weergavetechniek die stofwisselingsprocessen in de hersenen heel mooi laat zien. |
| Rigiditeit: |
stijfheid ontstaat doordat de spieren voortdurend een beetje zijn aangespannen |
| Rusteloze benen: |
onaangenaam tot pijnlijk gevoel in de benen tijdens rust. Wordt soms minder door bewegen. |
| Rusttremor: |
ritmisch trillen, vaak van de handen. Vooral in rust aanwezig. Ziet eruit als ‘geld tellen’ of ‘pillen draaien’. Verdwijnt tijdens de slaap en neemt toe door emoties of aandacht. Kan van intensiteit wisselen. |
| Essentiële tremor: |
komt veel meer voor dan de ziekte van Parkinson. Het verschil is dat het niet gepaard gaat met traagheid en stijfheid. Deze ziekte komt vaak in de familie voor en leidt ook vaker tot tremor in het hoofd en in de stem. |
| STN: |
de SubThalamische Nucleus is een kern diep in de hersenen van ongeveer 7 mm lang en 4 mm breed, die belangrijk is om normaal te kunnen bewegen. Door de ziekte van Parkinson wordt de STN overactief en zendt te veel elektrische signalen uit naar andere delen van de hersenen. |
| Substantia nigra: |
Zwarte kernen, groep zenuwcellen links en rechts onder in de hersenen, waarin bij de ziekte van Parkinson door vooralsnog onbekende oorzaak langzaam een afbraakproces plaatsvindt en waardoor onvoldoende dopamine wordt gemaakt om de spierbewegingen vlot uit te voeren |
| Zwarte Kernen: |
Groep zenuwcellen links en rechts onder in de hersenen, waarin bij de ziekte van Parkinson door vooralsnog onbekende oorzaak langzaam een afbraakproces plaatsvindt en waardoor onvoldoende dopamine wordt gemaakt om de spierbewegingen vlot te laten verlopen |
| Wearing off: |
symptomen treden op voordat de volgende dosis ingenomen moet worden |
|
|
|
|