Regels autorijden met Parkinson bieden te weinig houvast

 

Wiebo Brouwer: “Er wordt te veel overgelaten aan degene die de regels moet interpreteren. Dit is een zwakheid in het systeem.”

 

Tekst: Wiebo Brouwer en Monique Berkelmans

 

Wiebo Brouwer in de rijsimulator aan de Rijksuniversiteit Groningen.

 

 

Toen ik in 2007 mijn klachten liet onderzoeken in het Parkinson Centrum in Nijmegen werd mij een onscherp kopietje overhandigd over het onderwerp Autorijden en Parkinson. De klap van de diagnose moest eigenlijk nog worden verwerkt maar blijkbaar was dit onderwerp zó belangrijk dat ik hier onmiddellijk mee aan de slag moest.

Thuis las ik het artikel, dat in 2002 in de Papaver was verschenen, aandachtig door. Daarin stond dat iemand met Parkinson die een rijbewijs heeft, niet wettelijk verplicht is dit aan het CBR te melden. Het advies luidde echter dit wel te doen “zodra geen sprake meer is van normaal autorijgedrag”. Je moet dan een Eigen Verklaring invullen ook al is het rijbewijs nog niet verlopen. Maar wanneer rijd je niet meer “normaal”?
Laatst zei iemand tegen mij: “Nou, als niemand meer bij je in de auto wil zitten dan weet je genoeg.” Oké, dat is logisch. Maar zover wil ik het eigenlijk niet laten komen. Vooral omdat er regelmatig kinderen met mij meerijden.

,

 

Ik kan me voorstellen dat verkeersregels negeren of slingerend over de weg gaan niet normaal is. Maar angst bijvoorbeeld om in het donker te rijden, is dat ook niet normaal? We vroegen het aan Wiebo Brouwer. Hij is als neuropsycholoog en expert op het gebied van verkeersgeneeskunde verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en hij onderzoekt regelmatig mensen met chronische aandoeningen op hun rijgeschiktheid.


“Iemand met een chronische ziekte moet naast rijvaardig ook rijgeschikt zijn. Heb je bijvoorbeeld last van frequente en onvoorspelbare epileptische aanvallen, dan kun je nog zo goed rijden, toch ben je met die aandoening niet rijgeschikt omdat je tijdens de autorit plotseling je bewustzijn kunt verliezen.
Bij parkinsonpatiënten liggen rijgeschiktheid en rijvaardigheid dichter bij elkaar. Dit kan anders zijn door (verkeerd) medicijngebruik. Over medicijngebruik tijdens verkeersdeelname moet genuanceerd worden gedacht, vindt Brouwer. “Bij de ziekte van Parkinson slikken mensen juist medicijnen omdat ze daardoor beter functioneren en in het algemeen is dat ook te zien in een betere stuurprestatie. Sommige parkinsonmedicijnen kunnen bijeffecten hebben die ongunstig uitpakken voor de verkeersveiligheid, bijvoorbeeld toegenomen slaperigheid of ontremd gedrag, maar niet bij iedere aanpassing van medicijnen kan een onderzoek naar de rijgeschiktheid gedaan worden. Zoiets moet iemand zelf in de gaten houden en daarbij is natuurlijk ook een belangrijke rol weggelegd voor de behandelend arts en de familie.” 

Toepassing regels niet goed omschreven

De eisen die de rijgeschiktheid worden gesteld staan beschreven in de “Regeling eisen geschiktheid 2000” (te verkrijgen via http://www.cbr.nl/)  die is vastgesteld door de Minister van Verkeer en Waterstaat.
Brouwer vindt dat de huidige regels lang niet altijd goed worden toegepast, maar dat ligt ook aan de formulering. In de regeling staat dat bij de ziekte van Parkinson een specialistisch rapport nodig is voor de beoordeling van de geschiktheid (hoofdstuk 7.4). Uit die regels zou je kunnen afleiden dat iedereen met de ziekte van Parkinson op rijgeschiktheid onderzocht  moet worden omdat de ernst en de mate van functionele beperkingen er niet bij staan genoemd. Maar onderzoek bij alle parkinsonpatiënten is helemaal niet nodig, vindt hij. “Mensen met (nader omschreven) lichte functiebeperkingen zouden nog niet lastig gevallen moeten worden met maatregelen. De groep waarbij de rijgeschiktheid onderzocht moet worden, zou preciezer kunnen worden omschreven."

Uit een groot Schots onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat patiënten die op de invaliditeitsschaal Hoehn en Yahr (zie tabel) op niveau 3 zitten, vaak hinderlijk of gevaarlijk rijden, terwijl er bij stadium 1 nog maar weinig problemen zijn. "Er zou kunnen worden voorgesteld pas onderzoek te gaan doen vanaf stadium 2", aldus Brouwer. "Als mensen in stadium 2 niet veilig rijden, heeft dit vaak te maken met de cognitieve functiebeperkingen die het voor hun moeilijker maken de motorische symptomen te compenseren. Dus het onderzoek van de rijgeschiktheid bij parkinsonpatiënten gaat zeker niet alleen over hun motorisch functioneren."


De invaliditeitsschalen Hoehn en Yahr maken onderscheid in stadia van 0 tot 5 die de mate van zelfredzaamheid weergeven.

0
Geen zichtbare symptomen
1
Symptomen aan slechts één kant van het lichaam
2
Symptomen aan beide kanten van het lichaam en geen loopproblemen
3
Symptomen aan beide kanten van het lichaam en nauwelijks loopproblemen
4
Symptomen aan beide kanten van het lichaam en matige loopproblemen
5
Symptomen aan beide kanten van het lichaam en niet in staat om te lopen

 

 

Een andere reden om de regels aan te passen is dat de medische diagnostiek steeds gevoeliger wordt. Patiënten worden daardoor eerder in het ziekteproces gediagnostiseerd dan voorheen. Vaak functioneren deze mensen de eerste jaren nog heel goed juist ook omdat zij meteen adequaat worden behandeld. Niet de aanwezigheid, maar de ernst van de ziekte en van de functionele beperkingen is dus bepalend voor iemands rijgeschiktheid.

 

,

Weinig houvast

Het huidige beleid werkt niet goed omdat de regels op verschillende manieren kunnen worden uitgelegd. Of een patiënt zichzelf aanmeldt bij het CBR door een Eigen Verklaring in te vullen hangt mede af van zijn persoonlijkheid. Iemand die heel precies is, of gauw bang is (bijvoorbeeld voor problemen met de verzekering), meldt zich preventief terwijl een nonchalant iemand, of iemand met een gebrekkig ziekteinzicht daar misschien te lang mee wacht.
Brouwer pleit er dan ook voor in de regels duidelijker te omschrijven welke patiënten nader onderzocht moeten worden, gebaseerd op wetenschappelijke gegevens. “Je moet mensen niet te snel oproepen. Maar de groep die je oproept moet je wel goed onderzoeken”. Daarbij speelt tegenwoordig het onderzoek met de rijsimulator ook een belangrijke rol. Goed ontworpen rijtests in de rijsimulator combineren de voordelen van laboratoriummetingen en praktijktests. Ook pleit hij ervoor het onderwijs en de voorlichting over de rijgeschiktheidsbepaling en de mogelijke verbetering (revalidatie) van de rijgeschiktheid te bevorderen.

In verband met de revalidatiemogelijkheden, zou het onderzoek van de rijgeschiktheid plaats kunnen vinden in zogenaamde mobiliteitscentra waar rijtests worden uitgevoerd, neuropsychologisch onderzoek wordt gedaan, aanpassingen van de auto en trainingsmogelijkheden worden bekeken en waar je tips kunt krijgen op ergonomisch vlak. In Groot-Brittannië, de V.S., Canada en Australië zijn daar al goede voorbeelden van. 
Zo kan de ergotherapeut adviezen geven over het in- en uitstappen en over de houding tijdens het rijden, verder kan worden getest of een automaat voordelen oplevert en of cruisecontrol ontlastend werkt. Brouwer: “Eigenlijk zijn dit gewoon revalidatievraagstukken, die los kunnen staan van de officiële rijbewijsverlenging.” Pas als de rijvaardigheid met de beschikbare revalidatiemethoden niet meer op peil is te brengen, is er sprake van onvoldoende rijgeschiktheid.



Conclusie

Volgens Brouwer moet je mensen met een chronische ziekte niet te vroeg belasten met allerlei onnodige onderzoeken en tests. Voor hen is het extra pijnlijk dat zij moeten laten zien wat zij kunnen zonder dat dat nodig is. Er zouden wat meer vrijblijvende 'calibratiemogelijkheden' en 'opfriscursussen' moeten zijn om de eigen rijvaardigheid te controleren en te verbeteren. 

 

In verband hiermee geeft hij de volgende tips:
Tip 1: Ben je onzeker over je rijgedrag, vraag je partner of omgeving dan eens hoe zij vinden dat je rijdt.
Tip 2: Geef je op voor een BROEM-rit aan bij Veilig Verkeer Nederland. De BROEM-ritten (voorheen seniorenritten) zijn zeer geschikt om je eigen rijvaardigheid te checken zonder dat het meteen consequenties heeft. 
Tip3: Kijk op RijVeiligMetMedicijnen voor informatie over de medicijnen die je slikt in relatie tot rijgedrag;
Tip 4: Kijk voor je een nieuwe auto aanschaft of het misschien handig is om een bepaalde uitvoering te kiezen (automaat, cruisecontrol).
Tip 5: Bespreek je rijgeschiktheid  met je behandelend arts, zeker  als je na toepassing van tips 1-4 nog twijfels hebt over je rijgeschiktheid. Meld je bij het CBR met behulp van een Eigen verklaring als je daarna nog twijfel hebt.

 

Voor reacties:

,

Wanneer kom je zeker bij het CBR terecht?

 

Ben je ouder dan 70 jaar en wil je je rijbewijs verlengen dan ben je verplicht een Eigen Verklaring in te vullen (te verkrijgen op het gemeentehuis). Heb je de ziekte van Parkinson dan moet je dit opgeven en schrijft de keurend arts er iets bij over de ernst van de aandoening en de functionele beperkingen. Als hij/zij opschrijft dat je een lichte vorm hebt van de ziekte van Parkinson die goed op medicijnen reageert en je in het dagelijks leven weinig last van de ziekte hebt, dan kan het zijn dat je niet wordt opgeroepen en direct wordt goedgekeurd. In andere gevallen word je door het CBR doorverwezen naar een neuroloog, neuropsycholoog of een deskundige praktische rijgeschiktheid (testrit op de weg).

 
Er vindt dus bij deze verplichte leeftijdskeuring eigenlijk een screening plaats gericht op de vraag of je al of niet een specialistisch onderzoek moet ondergaan. Sinds kort betreft deze screening ook het cognitieve functioneren, gebaseerd op een observatielijstje (OPS) dat drie aspecten omvat: O staat voor Oriëntatie en geheugen, de P staat voor Praxis en Aandacht en de S staat voor Sociale interactie.

Aan praxisproblemen wordt het zwaarst getild. Problemen met de Praxis worden geconstateerd als iemand erg langzaam is van begrip en handeling, als iemand grote moeite heeft met alledaagse vaardigheden zoals het aantrekken van de jas of het opvouwen van een formulier, en als iemand een opvallend onverzorgd uiterlijk heeft.  
Uiteindelijk beslist het CBR over de rijgeschiktheid en niet de keurend arts. Het CBR neemt niet altijd het advies van een keurend arts of specialist over omdat men is gehouden aan de omschrijving in de Regeling eisen geschiktheid 2000. Daarin staat bij voorbeeld zwart op wit dat er bij een vastgestelde diagnose “dementie” altijd sprake is van ongeschiktheid.  Dus als een arts in zijn advies zet dat er sprake is van Parkinsondementie, zal het CBR deze persoon altijd af moeten keuren, wat er ook verder geadviseerd wordt. 

 

Hoe kun je nog meer bij het CBR terecht komen?

Via een vrijwillige melding. Je koopt een Eigen Verklaring bij het gemeentehuis, vult die in in overleg met je behandelend arts (die er een aantekening op kan zetten en er eventueel een bijlage bij kan doen) en stuurt hem op naar het CBR. In dat geval zal er eventueel een doorverwijzing naar een specialist optreden
Via een vordering. Als dit je gebeurt, heb je je meestal te laat gemeld. Je hebt bij voorbeeld een ongeval verooorzaakt omdat je auto na een flauwe bocht op de verkeerde weghelft is terecht gekomen en daar te lang is gebleven, waarbij de politie het vermoeden heeft dat je lichamelijke of psychische toestand een veroorzakende factor is geweest.