Resultaten

 

Schakelaar en dimmer bepalen tremor bij Parkinson

Gepubliceerd op 28-03-2011

Veel Parkinsonpatiënten lijden aan tremor, een samentrekking van spieren, die een voortdurende schudbeweging veroorzaakt. Het is één van de bekendste en zichtbaarste symptomen van de ziekte - en een van de meest mysterieuze.

 

Hersenonderzoeker Rick Helmich van het Donders Institute ontdekte dat bij het onstaan van tremor niet één, maar twee hersengebieden zijn betrokken.
Welke hersengebieden tremor produceren en waarom niet alle Parkinsonpatiënten tremor ontwikkelen is onbekend. Ook is niet bekend waarom tremor zo moeilijk te behandelen is met medicijnen, terwijl medicatie andere Parkinsonsymptomen wel vermindert.


Helmich onderzocht twee groepen patiënten: een groep met ernstige tremor en een groep zonder. Van alle patiënten werden de hersenactiviteit en de spieractiviteit geregistreerd.
Parkinsonpatiënten met tremor hebben minder dopamine in het hersengebied dat globus pallidus wordt genoemd dan patiënten zonder tremor - dat is bekend. Wanneer een tril-episode begint, wordt de globus actief.
Helmich ontdekte nu dat de trilbewegingen niet veroorzaakt worden door één enkel hersengebied, maar ontstaan uit interacties tussen twee netwerken in het brein. De globus pallidus zet de tremor aan als een lichtschakelaar en een ander netwerk, dat onder andere bestaat uit het cerebrellum en de thalamus, bepaalt de ernst van de tremor - als een lichtdimmer.
Deze nieuwe resultaten, waarover Helmich publiceerde in het laatste nummer  van Annals of Neurology, kunnen aanzet geven tot nieuwe behandelingen: zo zou de tremor mogelijk 'uitgeschakeld' kunnen worden door direct in te grijpen op de tremorschakelaar, telkens als de tremor begint.

Bron: Radboud Universiteit


Fietsvraag

"Kunt u nog fietsen?" Deze vraag blijkt van grote waarde te zijn voor het vaststellen van de diagnose parkinson of parkinsonisme. 
Bas Bloem in Labyrint d.d. 16-01 >>
Lees verder bij Nieuws 14-01 en 7-01 >>
Bas Bloem in Scienceflash Weekjournaal van 7-1 >>
,
"Kunt u nog fietsen?" Deze vraag blijkt van grote waarde te zijn voor het vaststellen van de diagnose parkinson of parkinsonisme. 
Bas Bloem in Labyrint d.d. 16-01 >>
Lees verder bij Nieuws 14-01 en 7-01 >>
Bas Bloem in Scienceflash Weekjournaal van 7-1 >>
,
 Fietsvraag
"Kunt u nog fietsen?" Deze vraag blijkt van grote waarde te zijn voor het vaststellen van de diagnose parkinson of parkinsonisme. 
Bas Bloem in Labyrint d.d. 16-01 >>
Lees verder bij Nieuws 14-01 en 7-01 >>
Bas Bloem in Scienceflash Weekjournaal van 7-1 >>
,


Patiëntgerichtheid van de zorg

Martijn van der Eijk van ParkinsonNet en MijnZorgnet onderzocht de patiëntgerichtheid van de zorg aan mensen met de ziekte van Parkinson. De belangrijkste behoeften en knelpunten die worden genoemd zijn: het bieden van emotionele steun, bejegening, autonomie, informatievoorziening, deskundigheid, samenwerking en toegankelijkheid. Aan de hand van de resultaten van het onderzoek wordt onder meer een meetinstrument voor ‘patiëntgerichtheid’ ontwikkeld. >>
,

Daarom voelt het goed om naar muziek te luisteren

Gepubliceerd op 30-01-2011

Mooie muziek zorgt ervoor dat ons brein het chemische goedje dopamine gaat aanmaken en dat stofje zorgt er vervolgens weer voor dat wij ons een stuk beter voelen. Dat blijkt uit onderzoek. Dopamine komt ook vrij wanneer we eten, drugs gebruiken of een hoop geld ontvangen. In het geval van muziek wordt de productie van dopamine maar liefst negen procent hoger dan normaal.


Het is voor het eerst dat wetenschappers uitzoeken welke biologische gevolgen het luisteren naar muziek heeft. De studie verklaart waarom mensen zoveel plezier halen uit het luisteren naar de radio en cd’s. Blijkbaar is er een connectie tussen muziek en het biologische systeem dat ons beloont.


Experiment
De onderzoekers scanden de hersenen van achttien proefpersonen gedurende twee experimenten. In het eerste experiment luisterden de proefpersonen naar muziek die ze heel mooi vonden en in de tweede test kregen ze muziek te horen waar ze niet zo lovend over waren. De onderzoekers maakten zowel PET-scans als MRI-scans.


Kippenvel
Uit de scans blijkt dat het brein meer dopamine aanmaakt wanneer het naar muziek luistert die het mooi vindt. Wanneer de proefpersonen letterlijk kippenvel kregen van de muziek was de hoeveelheid vrijgekomen dopamine het grootst.
Om het onderzoek zo betrouwbaar mogelijk te maken, verzamelden de onderzoekers alleen maar mensen die kippenvel van muziek kregen. De muziek waar de proefpersonen naar luisterden, had bovendien geen tekst zodat de wetenschappers zeker wisten dat de muziek en niet de woorden mensen raakten.
Bron:scientias.nl

 

Experts gebruiken andere hersenregio's dan amateurs

Gepubliceerd op 28-01-2011

Experts hebben een ander brein dan amateurs. Dat is de conclusie van een onderzoek van het Japanse Riken Brain Science Institute bij een groep professionele shogi-spelers. Uit hersenscans bleek immers dat professionele shogi-spelers bij het bestuderen van de spelpatronen van het bordspel en het overwegen van hun volgende zetten andere hersenregio's activeerden dan amateurs. Onderzoeksleiders Keiji Tanaka merkt daarbij op dat experts dankzij hun unieke hersencircuit superieure intuïtieve mogelijkheden ter beschikking hebben om problemen op te lossen.
"Professionele shogi-spelers geven volgens Tanaka toe dat hun beste zetten meestal intuïtief zijn ingegeven," merkt het persbureau Reuters op. "Het idee voor de zet komt vaak snel en automatisch, zonder enige voorafgaande overweging." Tanaka merkt op dat de mogelijkheid om een unieke hersencircuit te gebruiken, werd gevormd door meer dan tien jaar intensieve training. Professionele shogi-spelers oefenen drie tot vier uur per dag.

Paul Sanberg, directeur van het Center of Excellence for Aging and Brain Repair aan de University of South Florida, merkt op dat de bevindingen van de Japanse researchers belangrijke implicaties zouden kunnen hebben voor toekomstige medische behandelingen. Hij voert daarbij aan dat de betrokken hersengebieden ook cruciaal zijn bij een aantal aandoeningen, zoals de ziekte van Parkinson. Door het opdrijven van de activiteit in die regio zou volgens hem mogelijk de schade van dergelijke aandoeningen kunnen worden beperkt.
Bron: Gebaseerd op: Express.be

 

Loopproblemen bij Parkinson gerelateerd aan twee hersengebieden

Gepubliceerd op 07-12-2010

Hersenonderzoek bij parkinsonpatiënten levert nieuwe aanknopingspunten op voor hersenstimulatie, als behandeling voor hun loopproblemen. Dit blijkt uit een publicatie van het invloedrijke tijdschrift Brain (3 december), door onderzoekers van het UMC St Radboud en het Donders Instituut in Nijmegen.

‘Bevriezen’ van de benen
Het ‘bevriezen’ van de benen tijdens het lopen is een invaliderend en mysterieus symptoom van de ziekte van Parkinson. De patiënt heeft het gevoel alsof de voeten plotseling aan de grond vastgevroren zitten. Dit leidt vaak tot vallen, met alle gevolgen van dien.

Onderzoek naar verantwoordelijk hersengebied
Neurologe in opleiding drs. Anke Snijders heeft samen met neuroloog prof.dr. Bas Bloem en hersenonderzoeker dr. Ivan Toni achterhaald welke hersengebieden voor dit bevriezen verantwoordelijk zijn. Ze deden dit, door met behulp van functionele MRI de hersenactiviteit te vergelijken van parkinsonpatiënten mét deze specifieke klacht, patiënten zonder deze klacht en gezonde controles.

Ingebeelde beweging om hersengebieden te stimuleren
Om bruikbare informatie te krijgen moeten mensen in de MRI-scanner stil blijven liggen. Daarom was er een speciale kunstgreep nodig om juist die hersenactiviteit vast te leggen, die gepaard gaat met bewegen. De proefpersonen werd gevraagd om zich, liggend in de scanner, in te beelden dat ze aan het lopen waren. Het inbeelden van een taak veroorzaakt in dezelfde hersengebieden activiteit als het feitelijk uitvoeren van een taak. Met een speciaal ontwikkelde aanpak werd gecontroleerd of de proefpersonen daadwerkelijk deden wat hen gevraagd was.

Combinatie van twee hersenproblemen veroorzaakt bevriezen
De onderzoekers ontdekten dat het bevriezen ontstaat door een combinatie van twee hersenproblemen. Om te beginnen ontstaat er in de hersenschors een probleem in het gedeelte, dat betrokken is bij het selecteren van de juiste beweging. Daarnaast treden er haperingen op in een specifiek gebied in de hersenstam, dat bij gezonde mensen de problemen van de hersenschors kan compenseren. Dit laatste verklaart waarom er bij gewoon rechtuit lopen meestal geen sprake is van bevriezen, maar wel bij snelle veranderingen van het looppatroon, zoals draaien of beginnen met lopen.

Onderzoek naar magneetstimulatie als behandeling
Dit onderzoek levert nieuwe mogelijke doelwitten op voor diepe hersenstimulatie, een behandeling voor diverse symptomen van de ziekte van Parkinson. Het UMC St Radboud en het Donders Instituut onderzoeken of ook magneetstimulatie, gericht op de gevonden hersengebieden, een effectieve behandeling kan zijn. Bij diepe hersenstimulatie moeten er elektroden binnen in de hersenen geplaatst worden, bij magneetstimulatie is dat niet nodig.
Bekijk het item bij Ochtendspits van WNL waarin Bas Bloem uitleg geeft >> 

Blog van Bas Bloem op MijnZorgnet.nl >>
Bron:UMC St. Radboud 


Nieuw stuursignaal voor zenuwcellen ontdekt

Gepubliceerd op 26-11-2010

Bij depressie en schizofrenie zijn hersengebieden aangedaan waar zenuwcellen in liggen die met elkaar communiceren via de boodschapperstoffen dopamine of serotonine. Deze zenuwcellen liggen diep in de hersenen, in de hersenstam, en hebben lange uitlopers naar hogere hersengebieden. Maar hoe ontstaan die uitlopers eigenlijk? En waarom groeien ze allemaal netjes in een bepaalde richting? Onderzoekers van het UMC Utrecht geven in het tijdschrift Journal of Neuroscience voor het eerst antwoord op deze vragen. Ze beschrijven een nieuw besturingsmechanisme bij deze zenuwcellen.


Neurobioloog dr. Jeroen Pasterkamp en collega’s hebben stoffen ontdekt die de uitlopers van zenuwcellen de juiste kant op sturen. Drie eiwitten (Frizzled3, Celsr3 en Vangl2) blijken dit stuursignaal waar te nemen. Bij muizen zonder deze eiwitten worden de zenuwbanen van dopamine- en serotonine-zenuwcellen niet goed aangelegd. De zenuwbanen groeien alle kanten op, in plaats van naar de juiste plek in de hersenen.


Ook hebben de onderzoekers ontdekt welke stof het stuursignaal bevat: een eiwit uit de Wnt-familie. De concentratie van dit eiwit verloopt in de hersenstam van laag naar hoog. Dat concentratieverloop bepaalt de groeirichting omdat uitlopers van zenuwcellen naar de Wnt-eiwitten toe groeien. Het is voor het eerst dat een signaal is ontdekt dat lange zenuwbanen in de hersenen in de juiste richting duwt.


Deze resultaten helpen depressie en schizofrenie te begrijpen. Bij die ziektes zijn zenuwbanen van dopamine- en serotonine-zenuwcellen niet goed aangelegd. Bovendien suggereert genetisch bewijs dat het stuursignaal en de eiwitten die dit signaal waarnemen zijn aangedaan in patiënten. De resultaten zijn ook relevant voor de ziekte van Parkinson, waar dopamine-zenuwcellen langzaam verdwijnen. De stuursignalen zouden kunnen helpen om de uitlopers van nieuwe zenuwcellen die in patiënten worden ingebracht in de juiste richting te duwen.


“Wetenschappers denken al lang dat bij psychiatrische aandoeningen zoals schizofrenie en depressie structurele veranderingen optreden in de zenuwbanen”, zegt Pasterkamp. “Onze resultaten geven nieuw inzicht in de oorzaken van deze veranderingen. Slecht functionerende stuursignalen, zoals in patiënten misschien het geval is, kan leiden tot verkeerd aangelegde zenuwbanen en uiteindelijke tot ziekte.”
Bron: zorgkrant.nl


 

Trillen door energiegebrek

Gepubliceerd op 07-10-2010

Er is een nieuwe theorie die zegt dat het afsterven van hersencellen een energiekwestie is. Op de VPRO-website van het wetenschapsprogramma Noorderlicht wordt dit mechanisme waaraan bepaalde genen ten grondslag liggen, uitgelegd.
Toekomstige medicijnen tegen Parkinson zouden zich op de werking van deze genen kunnen richten. En als je dit al in een vroeg stadium van de ziekte doet, kun je mogelijk een hoop hersenschade voorkomen. Lees meer >>

 

 

Parkinson: diagnose via colononderzoek?

Gepubliceerd op 07-10-2010

De ziekte van Parkinson diagnosticeren dankzij een eenvoudig colononderzoek? Een interessante piste die onderzoekers onlangs lanceerden.
De ziekte van Parkinson is een neurodegeneratieve aandoening die veroorzaakt wordt door letsels in de hersenen (amyloïde plaques en neurofibrillaire tangles). Probleem: microscopisch hersenonderzoek is de enige manier om die letsels op te sporen. Een dergelijk onderzoek is echter pas mogelijk na het overlijden van de patiënt. Vandaar dat Franse onderzoekers op het idee kwamen om na te gaan of die letsels ook voorkomen in de perifere zenuwstelsels, zoals het enterisch zenuwstelsel in de wanden van het spijsverteringskanaal.
Een nieuwe marker voor parkinson
De onderzoekers vergeleken de neuronen in het zenuwstelsel van het spijsverteringskanaal (het enterisch zenuwstelsel) bij parkinsonpatiënten en gezonde personen. Ze namen daarbij telkens stukjes weefsel weg (biopsie). De resultaten zijn verrassend. Er bleek namelijk een correlatie te bestaan tussen letsels in het enterisch zenuwstelsel en de ziekte van Parkinson. Zo vertoonden de meeste parkinsonpatiënten in deze studie (72%) letsels aan de neuronen van het spijsverteringsstelsel, wat niet het geval was bij de gezonde proefpersonen.
Een colonbiopsie zou in theorie dan ook een goede methode kunnen zijn om de ziekte van Parkinson op te sporen. De onderzoekers toonden ook aan dat, hoe meer letsels, hoe verder gevorderd de ziekte.
Een betere diagnose, een aangepaste behandeling
Als deze ontdekking bevestigd wordt, zou ze ertoe kunnen bijdragen dat de ziekte van Parkinson in een vroeg stadium gediagnosticeerd wordt en sneller kan worden behandeld.
Bron: medipedia.be

Mutaties waargenomen bij Parkinson op jonge leeftijd

Gepubliceerd op 24-09-2010

Een op de zes mensen die op jonge leeftijd de ziekte van Parkinson krijgen (vóór de leeftijd van 40 of 50) zijn drager van een genetische mutatie waarvan bekend is dat er een verband is met de neurologische aandoening, blijkt uit nieuw onderzoek.
Bovendien hebben mensen van joodse of Spaanse afkomst, evenals degenen die de ziekte vroeg ontwikkelen, meer kans op het dragen van een van deze genmutaties, evenals mensen die een familielid met de ziekte van Parkinson hebben.

De bevindingen betekenen niet dat mensen zich moeten laten testen op mutaties als ze geen Parkinson hebben, meent Dr Roy N. Alcalay van de Columbia University in New York City. Op dit moment is er geen manier om te voorkomen dat individuen die risico lopen, de ziekte ontwikkelen.

Alcalay en zijn collega’s hebben 953 patiënten met vroege Parkinson in 13 centra in de Verenigde Staten getest op mutaties in zes genen waarvan bekend is dat ze in verband staan met de ziekte; 77 van hen waren van Spaanse afkomst, en 139 waren van joodse afkomst. In deze studie betekent ‘vroeg’ dat de patiënten de ziekte voor de leeftijd van 51 ontwikkelen.

In het algemeen vonden de onderzoekers bij 158 deelnemers (bijna 17 procent) mutaties in een van de zes genen. Onder mensen die Parkinson ontwikkelden op de leeftijd van 30 jaar of jonger, had bijna 41 procent een mutatie. Dat percentage is een stuk hoger dan de ongeveer 15 procent van degenen die voor het eerst symptomen ontwikkelden tussen 31 en 50 jaar oud.
Bijna een derde van de deelnemers met joodse afkomst droeg een mutatie, vergeleken met 14 procent van de mensen zonder joodse erfgoed. Zestien procent van de Latijns-Amerikaanse patiënten had mutaties in het "Parkin" gen, tegenover 6 procent van de niet-Hispanics.

Bij mensen met een ouder, broer of zus of andere "eerste graad" familieleden met Parkinson, had 24 procent een mutatie in verband met een vroege diagnose, vergeleken met 15 procent van de mensen zonder een familielid met de ziekte.

Parkinson is een complexe aandoening, merkt Alcalay op, waarbij een aantal omgevingsfactoren alsook verschillende genen een rol spelen. De nieuwe bevindingen illustreren hoeveel vooruitgang is geboekt in het begrijpen van de ziekte, benadrukt hij. Slechts 11 of 12 jaar geleden waren er geen bekende genen die met de ziekte werden geassocieerd.
 
De kans dat iemand die drager is van een van deze genen ook daadwerkelijk Parkinson ontwikkelt is onbekend, benadrukken Alcalay en zijn collega's in hun rapport.
Om deze reden, zeggen ze, heeft het weinig tot geen zin om dit moment prenatale testen aan te bieden.
Bron: Reuters

 

Gen ontdekt dat stapeling Parkinson- en Alzheimer-eiwitten regelt

Gepubliceerd op 06-10-2010

Deze stapeling is een belangrijk kenmerk van neurodegeneratieve ziekten als Huntington, Parkinson en Alzheimer. Het gen was hier nog niet eerder mee in verband gebracht. Het onderzoek is gepubliceerd in het vooraanstaande magazine Cell.
Over de cellulaire processen die de stapeling tijdens de veroudering veroorzaken of in gang zetten is nog weinig bekend. Uit het onderzoek van het team van Nollen blijkt dat MOAG-4 de vorming van deze stapeling bevordert. Ook blijkt dat de stapeling wordt onderdrukt als het betreffende gen niet actief is.
Nollen ontdekte het gen MOAG-4 in een studie naar erfelijke factoren die de stapeling beïnvloeden in de worm C. elegans, die als diermodel voor deze ziekten fungeert.
Het onderzoek laat zien dat MOAG-4 bij de ophoping van ziekte-eiwitten werkt langs nog niet eerder onderzochte paden. Het gen werkt onafhankelijk van de reeds bekende en meer klassieke processen die eiwitten verwijderen of die hun klontering voorkomen. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen hoe het werkingsmechanisme van het gen precies in elkaar zit.
Bron: RUG

 


Het is goed om te praten ... als je Parkinson hebt

Gepubliceerd op 16-09-2010

Een revolutionaire nieuwe voice-analyse techniek identificeert niet alleen veranderingen in de uitspraak van mensen met Parkinson (PWPs) en onderscheidt deze uitspraak tevens van die van  gezonde individuen - waardoor het mogelijk is om veranderingen te achterhalen in PWPs die op kunnen treden in reactie op de behandeling of als de ziekte voortschrijdt.

 

Dit beweert professor Shimon Sapir van de Universiteit van Haifa, hoofd van een onderzoeksteam van de Amerikaanse wetenschappers gefinancierd door de National Institutes of Health (NIH).
De techniek behelst de analyse van de stem en articulatie en is een "non-invasieve, betrouwbare en nauwkeurige techniek die alleen vereist dat de patiënt een paar eenvoudige zinnen voorleest, "aldus Prof Sapir. Karakteristieke symptomen van Parkinson zijn de stijfheid van spieren, beven, traag
beweging, en verlies van evenwicht, zei hij. Hij voegt daaraan toe dat de ziekte ook vaak wordt gediagnosticeerd op basis van deze symptomen - terwijl deze symptomen zich meestal voordoen wanneer de ziekte al verder is gevorderd. "De diagnose wordt meestal pas gesteld wanneer ongeveer 60% van de zenuwcellen die de motorische activiteit in het gebied van de hersenen controleren al zijn beschadigd. Dergelijke late diagnose beïnvloeden het effectiviteit van de therapie en revalidatie. Vroege diagnose is dan ook immens belangrijk bij het behandelen van Parkinson."


Het team testte de bruikbaarheid van de akoestische analysemethode, en daaruit blijkt dat deze nieuwe methode niet alleen een vroege diagnose van Parkinson mogelijk maakt, maar de methode biedt ook de mogelijkheid om veranderingen in de toestand van PWP’s te monitoren. "Terwijl onze eerste resultaten zeer bemoedigend zijn, moeten nog aanvullende studies worden uitgevoerd," waarschuwt Sapir.
De bevindingen van het team zijn gepubliceerd in het Journal of Speech, Language, en Onderzoek ter terechtzitting.
Bron: EPDA Plus, zomereditie, pag. 6 >>


Spannend onderzoek breekt met de traditionele MRI theorie

Gepubliceerd op 16-09-2010

Wetenschappers aan de Universiteit van British Columbia (UBC) MRI Centrum voor Onderzoek in Vancouver gebruiken MRI-scans om veranderingen in de hersenen van de Parkinson te onthullen die niet gedetecteerd worden in conventionele scans. De traditionele theorie suggereert dat de hersenen van Parkinson er in MRI-scans normaal uitzien, wat ertoe heeft geleid dat de scans bij de diagnose van Parkinson in eerste instantie worden gebruikt om omstandigheden uit te sluiten die kunnen wijzen op Parkinson. Het nieuwe onderzoek, gefinancierd door Parkinson Vereniging in Canada, wijst op de mogelijkheid van het gebruik van scans als diagnostisch hulpmiddel bij Parkinson, een betere gids bij diepe hersenstimulatie (DBS) chirurgie, en nieuwe manieren om de progressie van Parkinson in de hersenen te meten.

Lees verder  in EPDA Plus, zomereditie op pag. 7 >>


Geautomatiseerde taken beter uitgevoerd

Gepubliceerd op 13-09-2010

Onderzoekers hebben ontdekt dat de ziekte van Parkinson denkprocessen en het verwerven van kennis kunnen beïnvloeden. Interessant is dat de Queen's University onderzoekers ontdekten dat mensen met de ziekte van Parkinson geautomatiseerde taken beter kunnen uitvoeren dan mensen zonder de ziekte. Ze hebben echter grote moeite om van makkelijke naar moeilijke taken over te schakelen.

 

De bevindingen zijn een stap in de richting van het begrijpen van de aspecten van de ziekte die de hersenen aantasten en het vermogen om optimaal te functioneren op een cognitief niveau. "We denken vaak aan de ziekte van Parkinson als een stoornis van de motoriek," zegt Douglas Munoz , directeur van het Queen's Centre for Neuroscience Studies. " Maar de kwestie is dat hetzelfde circuit ook van invloed kan zijn op meer cognitieve functies, zoals planning en besluitvorming."


De onderzoekers hebben een experiment uitgevoerd met behulp van een steekproef onder Parkinsonpatiënten en dit vergeleken met een controlegroep. Toen hen werden gevraagd te kijken naar verlichting tot het uitging, reageerden mensen met Parkinson met een grotere nauwkeurigheid dan mensen zonder de ziekte. Maar toen werd gevraagd om dat gedrag te veranderen – bijvoorbeeld door weg te kijken van het licht - worstelden Parkinsonpatiënten daarmee. Zelfs wanneer werd gevraagd om zich voor te bereiden om hun gedrag te veranderen, vonden mensen met de ziekte het moeilijk om hun plannen aan te passen.

 
Promovendus Ian Cameron ,hoofdauteur van de studie, zegt dat de bevindingen belangrijk zijn omdat ze laten zien hoe systematisch Parkinsonpatiënten werken bij het uitvoeren van een automatische taak. Het suggereert ook dat medicijnen die momenteel worden voorgeschreven om de motorische symptomen te verhelpen, verstorend kunnen werken bij de behandeling van de cognitieve klachten.

Cameron is nu bezig met het uitvoeren van functionele beeldvorming van de hersenen van Parkinsonpatiënten om te bepalen welke delen van de hersenen worden beïnvloed door medicijnen die momenteel worden gebruikt om de symptomen van de ziekte te behandelen. De bevindingen zijn onlangs gepubliceerd in Neuropsychologia, een internationaal interdisciplinair tijdschrift van cognitieve en gedragsmatige neurowetenschappen.


Een wonder met bijwerkingen

Voor de liefhebbers een PDF van het artikel 'Een wonder met bijwerkingen' van neuropsycholoog M. Smeding >> uit De Psycholoog (mei-nr.), waarin zij de problemen schetst bij de afweging al dan niet voor hersenstimulatie te gaan. De ingreep is een wondermiddel voor het verhelpen van motorische klachten maar een deel van de patiënten gaat mentaal achteruit. Gelukkig weet men steeds beter wat de voorwaarden voor succes zijn.

Met dank aan Peter Conradi.

Geplaatst: 09-09-2010

,

Vitamine D en de hersenen

Gepubliceerd op 05-08-2010

Hoge vitamine-D-waarden lijken te beschermen tegen de ziekte van Parkinson. Lage waarden zijn geassocieerd met cognitieve achteruitgang bij ouderen.Dit blijkt uit twee onderzoeken die, respectievelijk, verschenen in de Archives of Neurology en de Archives of Internal Medicine.


Paul Knekt c.s. bepaalden het 25-hydroxyvitamine-D-gehalte (25(OH)D) in de bevroren bloedmonsters van ruim drieduizend Finnen. Die monsters waren tussen 1978 en 1980 afgenomen. Vervolgens werd nagegaan wie van de deelnemers in de 29 jaar follow-up Parkinson had ontwikkeld. Mensen met de hoogste vitamine-D-gehaltes liepen het minste risico op de ziekte.

Na correctie voor onder meer roken, opleiding en alcoholgebruik bleek het kwart mensen met de hoogste waardes ongeveer drie keer minder vaak Parkinson te krijgen dan het kwart met de laagste waardes. De auteurs wijzen zelf op mogelijke zwakke punten van hun onderzoek, maar vinden het toch – net als Marian Leslie Evatt in een begeleidend commentaar – de moeite waard om de relatie te onderzoeken. Ook om na te gaan of nog hogere concentraties dan in deze studie zijn gevonden, nog meer voordeel op zouden leveren, of juist niet.

David Llewellyn c.s. volgden bijna negenhonderd 65-plussers gedurende zes jaar. De deelnemers ondergingen lichamelijk onderzoek, cognitieve tests en bloedonderzoek. De mensen met een 25(OH)D-gehalte onder de 25 nmol/l, hadden 60 procent meer kans om minimaal 3 punten achteruit te gaan op de mini mental-state examination (MMSE), dan de mensen met een gehalte boven de 75 nmol/l. Hierbij was al gecorrigeerd voor sociodemografische factoren, dieet, gedrag en algehele gezondheidstoestand.

Maar corrigeren voor ‘gezondheid’ is lastig, stellen Andrew Grey en Mark Bolland in een begeleidend commentaar. Want het zal niet toevallig zijn dat de mensen met de laagste vitamine-D-waarden ook op andere punten slecht scoorden. Immers, minder gezond zal vaak gepaard gaan met minder lichaamsbeweging, zwaarder zijn, en minder in de zon komen. En dus lagere vitamine-D-waarden.
Wees dus voorzichtig met het trekken van conclusies uit observationele studies naar vitamine D, zeggen zij. En zoek in gerandomiseerde trials uit wat het effect is van vitamine-D-suppletie.
Sophie Broersen
Bron: Medisch Contact


Slaapstoornissen, eerste tekenen van dementie of Parkinson

Gepubliceerd op 05-08-2010

Ben jij een woelrat tussen de lakens? Betrap je jezelf op wild om je heen slaan en trappen tijdens je slaap? Ja, dan is de kans reëel dat je op latere leeftijd dement wordt of de ziekte van Parkinson krijgt.
Een onrustige slaap zou al 50 jaar voor de diagnose kunnen wijzen op de ontwikkeling van een hersenziekte op latere leeftijd. Amerikaanse wetenschappers ontdekten een verband tussen mensen met stoornissen tijdens de REM-fase en hersenaandoeningen jaren later.

Slaan en trappen
De onderzoekers bestudeerden 27 vrijwilligers met slaapstoornissen tijdens de REM-fase tenminste 15 jaar voor ze dementie of Parkinson ontwikkelden. In normale gevallen, droom je tijdens de REM-fase en raakt je lichaam verlamd omdat de hersenen zich afsluiten van de spieren. Maar dat is niet het geval bij de onderzochte vrijwilligers met een slaapstoornis. Zij beeldden hun dromen uit met geweld en bruuske bewegingen. Ze slaan en trappen om zich heen. Sommige mensen met een dergelijke slaapstoornis, braken hun hand, verwondden hun partner of vielen simpelweg uit bed.
De eerste beginnende tekenen van hersenziekten als dementie en Parkinson manifesteerden zich gemiddeld 25 jaar na de aanvang van de slaapstoornissen. Maar dit kon oplopen tot 50 jaar. Dit onderzoek toont aan dat sommige slaapstoornissen een voorspeller van latere hersenaandoeningen kunnen zijn.
De resultaten staan in het medisch vakblad Neurology.
Bron:gezondheidsnet.be

Meest hinderlijke symptomen

Parkinson gaat gepaard met een breed scala van klachten. Bovendien is de perceptie van wat nu precies lastige symptomen zijn bij patiënten anders is dan bij artsen. Deze verschillen in waarneming kunnen een doeltreffende behandeling van de ziekte belemmeren. >>

Geplaatst:19-07-2010

,

Medicijncombinaties vergeleken


Dopamine-agonist pramipexol (Mriapex) verbetert motorische vaardigheden en vermindert depressie bij mensen  met de ziekte van Parkinson, blijkt uit een studie. Het onderzoek, gepubliceerd in de Lancet Neurology, gebruikt een gerandomiseerde trial naar de veiligheid en werkzaamheid van het geneesmiddel bij patiënten met milde tot matige parkinsonverschijnselen. >>
,

Mirapex gunstig uit studie

Helpt het om levodopa te combineren met agonisten of remmers en welke combinatie werkt dan het beste? Een zojuist afgesloten studie concludeert dat het effect van het combineren relatief klein is. >>

Geplaatst: 14-07-2010

,

Onderzoek

1e halfjaar '10

2e halfjaar '09

1e halfjaar '09

2e  halfjaar '08 

1e halfjaar '08

3e kwart. '07